Een ode aan Acda en de Munnik

Afgelopen weekend was voor mij het laatste concert van Acda en de Munnik. Ze gaan ermee stoppen en zijn momenteel bezig met hun afscheidstournee. Ik wilde eerst een sfeerverslag schrijven, maar toen ik aankwam in de Goudse Schouwburg, vond ik dat niet echt een fijn idee. Waarom? Omdat ik gewoon de hele avond wilde genieten. Bezig zijn met de muziek en niet met de setlist of met een verslag voor mijn blog. Dus in de plaats van een sfeerverslag, besloot ik een ode aan Acda en de Munnik te schrijven. Omdat ik al meer als de helft van mijn leven fan ben van deze heren.

Het begon allemaal in 1998, toen de rest van Nederland ook kennis maakte met Acda en de Munnik, met het nummer ‘Het regent zonnestralen’. Ik won op de een of andere manier kaartjes voor opnames voor een clip (geen idee meer welke) in de TMF-studio’s in Bussum. Na afloop van het optreden natuurlijk een handtekening gevraagd – op mijn zwarte Eastpak rugzak. Die heb ik nog steeds.

De cd’s draaide ik grijs, kocht een gitaar en leerde de nummers spelen (vooral ‘De Stad Amsterdam’, blaren en pijnlijke vingers heb ik eraan overgehouden). Toen mocht ik, ik denk een jaar later, weer naar de TMF-studio’s in Bussum, voor een optreden van De Poema’s. Wat een combinatie. De liefde voor Van Dik Hout was ook groot, dus een combinatie van Acda en De Munnik en Van Dik Hout was toen geweldig.

Acda en de Munnik zijn nooit uit mijn leven weggegaan. Een nieuw album – ik kocht het. Een nieuwe theatershow – ik was er. De Trilogie shows ken ik bijna uit mijn hoofd. Enquetes zullen voor mij nooit meer hetzelfde zijn. Mijn droom om in Amsterdam te wonen, maar ook mijn liefde voor deze stad, wordt door hen altijd versterkt. Een huisje in de Eerste Helmersstraat zou perfect zijn.

De muziek van Acda en de Munnik voelt voor mij als een troost. Ze waren er tijdens liefdesverdriet, na het overlijden van mijn oma, tijdens mijn burnout en mijn depressies. Acda en de Munnik voelde als een deken, waaronder ik kon schuilen tijdens die rotdagen. Ze zongen wat ik niet kon zeggen. Maar ze waren er ook tijdens die mooie zomerdagen en zomeravonden. ’s Avonds na het uitgaan terug naar huis op de fiets. Dagen spelend en oefenen op mijn gitaar.

Zaterdag kwamen al die herinneringen weer terug. Ik heb genoten van de show, wilde dat het voor altijd zou duren. Ik heb gelachen om de grapjes van Thomas (die roze olifant en het Van Gogh museum zullen altijd die associatie hebben naar zaterdag), met een brok in mijn keel geluisterd, maar vooral de hele avond met een glimlach op mijn gezicht gezeten. Aan het eind van de show heb ik gejuichd en geklapt tot mijn handen gevoelloos waren.

Nu is het dan voorbij. Geen nieuwe nummers meer, geen theatershows. Zoals Paul zei (iets in deze strekking): Afscheid nemen is niet iets negatiefs. Je hebt altijd de mooie herinneringen nog en die kan niemand van je afpakken.

Heren, bedankt, voor al die mooie liedjes.

2 thoughts on “Een ode aan Acda en de Munnik

  1. Mooi geschreven. Ben ook groot fan van de mannen, ga in maart 2x naar Carre. Kijk er naar uit en zie er ook tegenop, want ze zijn ook erg belangrijk geweest in mijn leven, dus het zal raar zijn om te realiseren dat ik ze niet meer live zal zien na die voorstellingen (nou ja, in die bezetting dan, anders klinkt het wel erg dramatisch).

    Maar zoals ze zelf al zongen “Alles gaat voorbij, maar eerst genieten we ervan”. En de muziek blijft gelukkig bestaan.

    1. Ja het concert was zeker iets waar ik tegenop zag, precies om dezelfde reden. Gaaf dat je 2x naar Carre gaat! Veel plezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *